Voorstelling + rondleiding // Toekomstblik

Voorstelling + rondleiding


Aanstaande donderdag 28/11 stellen we ons voor aan de buurt. De voorstelling gaat door in het buurtcentrum 't Reitje, gevolgd door een mooie wandeling van 350m naar Stoer Huus om er een rondleiding te geven. Interesse? Schrijf je in:


Stoer Huus Unit O9, 2049


‘Kom binnen, kom binnen’. Een vrouwtje deed open en keek me met haar felblauwe ogen aan. Toen dwaalde haar blik naar een onbestemd punt achter me op de muur. Alsof daar nog een schim te zien was van iets dat daar een vaste plek gekend had, of van iemand die ze achter de einder had zien verdwijnen. Een gast had net voor mijn aankomst het appartement verlaten, dacht ik…

Haar ogen vernauwden toen ze me terug in haar opnam en ik doorbrak haar aarzeling. ‘Ik kom voor het interview. Over hoe het je vergaat in jouw nieuwe woonst…’.

Waarom dacht ik, toen ik op de drempel naar haar appartement stond, dat alles wat zich nu zou afspelen in het heden plaats zou vinden? Was ik immers niet reeds jaren te laat? Nieuw was haar woonst helemaal niet meer. Mie woonde er ondertussen reeds 30 jaar. Het was ik die uiteindelijk en veel te laat, besloten had om mijn belofte na te komen, om een stuk te schrijven over haar eerste dagen in het co-housing project.

Ach, ik wil me niet verontschuldigen. Er was te veel gebeurd de voorbije jaren. Niemand had het zien aankomen dat we elkaar zo lang zouden mislopen, toch? Ik had haar moeten opzoeken, maar had steeds tientallen redenen om het niet te doen. Raar dat ik me nu geen enkele ervan herinneren kon. Ik kon de laatste maanden geen minuten laten voorbij gaan zonder dat mijn gedachten dwaalden, gelijk wolken uit elkaar waaiden. Zo bleef ik peinzend staan aan de deur van de lift op de tweede verdieping.

‘Ga je hier blijven staan, of kom je binnen vooraleer ik het koud krijg? Je weet toch dat hier een kilte hangt, zeker in het voorjaar, het lijkt altijd te tochten in dit trapgat’.

Hoe kon ik dit weten? Ze leek te denken dat ik gast aan huis was. Had er zich met de jaren een mist gehuisvest in naar gedachten, de zoete zweem van vergeten en verwarren? Wellicht.

Ik was betrokken geweest bij de eerste discussies over samenhuizen, vóór de jaren 20, maar ik had de groep verlaten op het ogenblik dat een koopoptie op de bouwgrond overwogen werd. Een roetsbaan van gevoelens overmande me sindsdien wanneer ik zijdelings iets opving over het Stoerhuus. Spijt over gemiste kansen, wanneer het de buurt goed leek te vergaan. Schuldig over de lafhartigheid van mijn beslissing wanneer geruchten de ronde deden over conflicten, die sommigen er toe gebracht hadden andere oorden op te zoeken.

Terwijl ik me afvroeg of ze nog wel volledig bij haar verstand was, doorbrak ze mijn twijfels door mijn hand vast te nemen en me naar binnen te loodsen. Haar ogenleden ontspanden en ze leek te hebben besloten om zich niet langer te irriteren aan mijn laattijdigheid.

Ik kwam binnen in een ruimte die baadde in het zonlicht. Het was pas maart, maar de grote ramen lieten zoveel zon binnen dat het er warm was. De flat was zo ‘jaren twintig’, dacht ik. Sedert de Grote Warmte was het weer ‘in’ om woningen te bouwen met kleine ramen gericht op het zuiden. Schaduw en nog eens schaduw, het architecturale stopwoord van het laatste decennium. Mie had het duidelijk niet aan haar hart laten komen.

‘Een thee of een koffie?’, vroeg ze. ‘We hebben enkel opgietkoffie, onze espressomachine heeft het enkele maanden geleden begeven en een nieuwe kopen doen we niet’. Even liet ik me uit mijn lood slaan. Ze sprak in de wij-vorm alhoewel er niemand anders was. Ik besloot haar daarover niet aan te spreken, stokoude mensen hebben zo hun manieren van omgaan met alleen zijn.

‘Stoort het je wanneer ik maar direct van wal steek met het interview?’ ‘Nee, hoor, ga je gang’, zuchtte ze. Haar ogen volgden mijn handen, ik noteerde.

‘Wanneer ben je hier komen wonen?’ ‘In het jaar 2019’, antwoordde ze beslist. ‘We kwamen wonen op een bouwwerf, en het stof kwam ons de keel uit, maar we leken te zweven op een wolk’.

‘Ja ?’

‘Tuurlijk! Alles was nieuw en we waren zo gelukkig met onze jongste woonst. We hadden maanden verbleven op meerdere locaties, in Gent en in Brugge, en hadden eindelijk onze eigen stek gevonden. We genoten van het zonlicht dat uit elke windrichting leek te komen en van onze voeten schuifelend over de vacht van de houten vloer.’

En terwijl de koffie door de filter liep, wisselden vragen en antwoorden elkaar af. We leken eerder te dansen, dan te praten met elkaar.

Ik dronk van sterke koffie en ze serveerde me zandkoekjes en straffe, harde chocolade. Terwijl mijn ogen afdwaalden naar de villa, buiten tussen de twee lindes, gelijk een poppenhuis, waarin kleinkinderen huisje houden, draaide Neil Young op de radio ‘Old man, look at my life. 24 and there's so much more. Live alone in a paradise that makes me think of two. Love lost, such a cost. Give me things that don't get lost. Like a coin that won't get tossed. Rolling home to you....’.

Haar ogen van azuur keken me nu direct aan. Ze leek te voelen wat ik voelde. Ze nam mijn hand… Daar was het weer. Waarom dacht ik dat wat er nu gebeurde zich enkel in het heden afspeelde? Het was 30 jaren geleden dat ik haar gezien had, en toch leek ik haar te kennen zoals ze was: klein, een beetje gebogen.

Nu was het mijn beurt om te staren naar een einder die er niet was, een persoon naast haar die er niet leek te staan. Ik trachtte mijn angst voor onbestemdheid te verdringen door toch maar een vraag te stellen. ‘En hoe is het jouw man vergaan?’ Het was eruit. Ik wist wel hoe hij noemde, maar ik kon zijn naam niet uitspreken. Het leek me een sleutel die een deur zou openen, die niet meer te sluiten was. Ze merkte mijn aarzeling en voor de tweede maal nam ze mijn hand en leidde ze me over een drempel.

Ik deed wat ik niet weerstaan kon. Van mijn interview ging weinig komen, zo dacht ik eerst nog, maar enkele seconden later was ik ook dat reeds totaal vergeten.

‘Kom, Piet, zet je eens naast me.’ ‘Neem me nog eens vast’.

Mijn arm ging over haar schouder en ze vleide zich tegen me aan. De kring van geesten rondom me zette een stap achteruit, het hoofd gebogen. Even kwam ik thuis.


- Piet Bracke


Stoere Kippen!


Aanschouw de nieuwste bewoners van Stoer Huus 😉


0 keer bekeken